|

Iedere vrouw wordt geboren met ongeveer 1 miljoen eicellen. Dit aantal is bij iedereen verschillend. Na de leeftijd van 35 jaar daalt de vruchtbaarheid zeer sterk (ongeveer 50% van de kans van een 20-jarige) en tegen de leeftijd van 40 jaar is de kans om zwanger te worden enorm verkleind (ongeveer 10% van de kans van een 20-jarige). De grootste invloed op de vrouwelijke vruchtbaarheid is de kwantiteit en kwaliteit van de eicellen, die beide afnemen naarmate je ouder wordt. Klinieken behandelen meestal tot de 42ste verjaardag.
Om zwanger te worden moet je inzicht hebben in je eigen cyclus. De eerste dag van de cyclus begint op de eerste dag van je menstruatie. Als je gaat temperaturen is dit dus dag 1. Na een dag of 14 heb je een eisprong. Rond dit tijdstip kun je zwanger worden. De periode waarbinnen je bevrucht kunt raken, wisselt van vrouw tot vrouw. Maar het is vanaf de eisprong een kwestie van uren. Wel kan het zaad soms een tijdje overleven, dus insemineren vóór de eisprong heeft zeker zin. Is het eitje bevrucht en heeft het zich ingenesteld, dan word je niet meer ongesteld. Nestelt het eitje zich niet in, dan word je na weer een dag of 14 ongesteld.
Omdat het tijdstip van de eisprong zo nauwkeurig luistert, zijn er allerlei manieren uitgevonden om deze vast te stellen. We noemen er een paar:
1. Temperaturen
Door iedere dag op hetzelfde tijdstip te temperaturen kun je ontdekken wanneer je eisprong plaatsvindt. Tijdens de menstruatie is de temperatuur een paar tiende graad lager dan na de eisprong. Vlak na de eisprong stijgt de temperatuur. Als het eitje innestelt, blijft de temperatuur o.a. onder invloed van hormonen hoger. Ben je niet zwanger, dan daalt de temperatuur weer en word je kort daarop ongesteld. Temperaturen is vooral geschikt om te zien of er een eisprong plaatsvindt en wanneer, en niet om een inseminatie voor de desbetreffende maand te timen. De temperatuur stijgt namelijk pas na de eisprong en dan is het al gauw te laat om nog te insemineren. Wel geeft het een goed inzicht in je cyclus.
2. Sympto/thermale methode
Deze methode is gebaseerd op de tekenen die je lichaam geeft rond de eisprong (temperaturen - zie onder 1., stand van de baarmoeder en vaginale afscheiding).
3. LH-testen
Deze testen zijn in verschillende soorten verkrijgbaar. In het algemeen meten ze het LH-gehalte in de urine. LH is het hormoon dat de eierstokken aanzet tot de rijping van het follikel (waaruit later het eitje vrijkomt). Er zijn testen in verschillende soorten en maten.
4. Bloedbepaling
Ook door middel van laboratoriumonderzoek kan gemeten worden of de eisprong in aantocht is.
5. Echo
Aan de hand van een follikelmeting kan door artsen voorspeld worden wanneer je vruchtbare periode nadert.
Bij de links kun je hier meer over vinden.
METHODEN OM ZWANGER TE WORDEN
Om zwanger te worden zonder seks zijn er verschillende technieken die je kunt (laten) toepassen:
ZI
Als direct gebruikt maakt van het sperma van een donor moet het zo snel mogelijk na de donatie in de vagina worden gebracht. Dit heet Zelf Inseminatie. Hier kunnen injectiespuiten van 2 ml (zonder naald) voor gebruikt worden. Die kun je eenvoudig halen bij de apotheek. De donor kan het beste gebruik maken van een donker, uitgekookt glazen potje om het sperma in te doneren. Het potje moet op temperatuur blijven door het tegen het lichaam aan te houden. Er zijn verschillende meningen of je na inseminatie enige tijd zou moeten blijven liggen en/of een orgasme de slagingskans zou vergroten.
KID
Bij kunstmatige inseminatie met donorsperma wordt het ontdooide donorsperma door middel van een soort rietje ingebracht in de vagina. Meestal wordt het sperma vóór de baarmoedermond geïnsemineerd, zodat het net als na een geslachtsgemeenschap de baarmoeder inzwemt. De kans op een zwangerschap is het grootst als de inseminatie vlak voor de eisprong plaatsvindt, het is dus belangrijk om je cyclus te kennen. Het inbrengen van het sperma is meestal pijnloos.
IUI
IUI intra-uteriene inseminatie is het inbrengen van zaadcellen in de baarmoeder. Deze methode wordt meestal toegepast als een vrouw ouder is dan 38 jaar of als kunstmatige inseminaties niet tot een zwangerschap hebben geleid. Het sperma wordt in het laboratorium bewerkt en in de baarmoederholte ingebracht rond de eisprong. De eisprong wordt soms ondersteund met hormonen. Het moment van de eisprong wordt globaal geschat door urinetesten en/of echoscopie. De kans op zwangerschap bij IUI is ongeveer 1 op de 10 behandelingen. Meestal vinden er 3 tot 6 behandelingen plaats.
IVF en ICSI IVF en ICSI zijn behandelingen voor onvruchtbaarheid. In vitro fertilisatie (IVF) wordt ook wel reageerbuisbevruchting genoemd. ICSI past men toe als na IVF geen embryo’s zijn ontstaan.
Voor meer informatie: www.nvog.nl, www.freya.nl
|